De 10 grootste misverstanden over intellectuele eigendom

Omdat voorkomen beter is dan genezen, vertellen wij jou de tien grootste misverstanden rondom intellectuele eigendom. Welke ken jij al?

Ondernemerschap en impact maken staat bij Bruggink & Van der Velden Advocaten Belastingadviseurs ook hoog het vizier. In het kader van voorkomen is beter dan genezen willen ze de ondernemers bij SIF Utrecht graag iets meegeven over de tien meest voorkomende misverstanden op gebied van intellectuele eigendom (IE). De tien foutste aannames op een rij:

1) Ik gebruik geen merknaam voor mijn producten, dus ik heb weinig met IE te maken.
FOUT! Merkenrecht is slecht een klein onderdeel van intellectueel eigendomsrecht. Dat je geen merk gebruikt, betekent niet dat je niets met IE te maken hebt. Een merk is er om producten of diensten te onderscheiden. Daarnaast hebben we onder meer het octrooirecht (voor technische uitvindingen), het modellenrecht (vormgeving en design), het auteursrecht (denk aan tekst, beeld, maar ook software), het handelsnaamrecht (om een onderneming te duiden). Handelsnaamrecht en auteurecht ontstaan ‘van rechtswege’. Grote kans dat je dus een intellectueel eigendomsrecht hebt zonder dat je het weet. En zo niet: wellicht handig om dan een merkrecht, octrooirecht of modelrecht aan te vragen.

2) Er zijn verschillende soorten IE-rechten tegelijkertijd mogelijk.
Je hoeft niet te kiezen! Sterker nog: het is soms aan te raden om meerdere intellectuele eigendomsrechten tegelijk te hebben. Tesla Motors is een mooi voorbeeld van een bedrijf waar meerdere intellectuele eigendomsrechten samen komen: handelsnaam, merknaam, auteursrecht en modelrecht.

3) Mijn concurrent kan er niet zomaar met mijn idee vandoor gaan.
Helaas, ideeën worden niet intellectueel eigendomsrechtelijk beschermd. Een idee is nog geen creatie en het bewijs dat jij het bedacht hebt is moeilijk te leveren. Als je een nieuw idee hebt en je legt het voor aan een ander, spreek dan een geheimhoudingsplicht af (door vooraf een geheimhoudingsverklaring te laten tekenen). Pas als je een idee concreet maakt kan het in aanmerking komen voor bescherming als intellectueel eigendomsrecht.

4) Als ik een software-oplossing maak, dan verkrijg ik de IE rechten op die software.
Als de software voldoet aan de eisen van de Auteurswet, dan kan automatisch een auteursrecht zijn ontstaan op de software. Let wel op in welke hoedanigheid je ontwikkelt: een werknemer die voor een werkgever onder werktijd de software maakt, komt in principe geen auteursrecht toe voor zover dat de functie van de werknemer is. Het auteursrecht behoort dan in de meeste gevallen automatisch toe aan de werkgever. Bij freelancers is dit niet het geval. De opdrachtgever vist dan achter het net. Dit kan voorkomen worden met een vooraf opgestelde auteursrechtoverdracht of licentie.  

5) Een ander bedrijf maakt gebruik van een naam die heel erg lijkt op mijn merk en dat mag niet.
De ene copycat is de andere niet! Er kan sprake zijn van verschillende soorten merkinbreuken, bijvoorbeeld als een merk letterlijk is gekopieerd, maar ook als sprake is van soortgelijke tekens. Niet alleen een logo of woord kan een merk zijn: ook afbeeldingen, kleuren, geluiden of zelfs geuren kunnen beschermd worden met een merkrecht. Of daadwerkelijk inbreuk wordt gemaakt is telkens afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

6) In een licentieovereenkomst kunnen licentienemer en licentiegever afspreken wat ze willen.
Sinds 1 juli 2015 is het auteurscontractenrecht gewijzigd. Deze contracten gaan vaak over software. Exclusieve licenties moeten in een akte worden vastgelegd en de auteur wordt beter beschermd. Bij boeken bijvoorbeeld kan je hierdoor niet meer zo makkelijk worden ‘uitgeperst’ door de uitgever.

7) Als ik via Google gebruik maak van Adwords met de merknaam van mijn concurrent, dan kan dat geen kwaad.
Daar zou ik niet zo zeker van zijn! Als er verwarring ontstaat over de herkomst van een site mag het bijvoorbeeld niet. De consument moet duidelijk kunnen achterhalen dat het om een concurrent gaat, en niet om de merkhouder zelf. Oppassen dus!

8) Het is niet lucratief om op te treden tegen een IE inbreuk, want procedures kosten heel veel geld.
Als je gelijk krijgt in een IE-zaak, krijg je in principe de werkelijk gemaakte kosten vergoed (dus ook de volledige advocaatkosten). Ook marktonderzoek kan worden vergoed. Dit is anders dan in andere rechtszaken. Andersom betekent het ook dat als je verliest, je de proceskosten van de wederpartij moet betalen. Een rechter kan hier wel wat aan doen wanneer dit niet redelijk is.

9) Zolang mijn merk op zeven verschillende punten afwijkt van het ontwerp van een ander, maak ik geen inbreuk.
Dat is niet waar. Bij inbreuk gaat het altijd om te totaalindruk. Soms is er al sprake van inbreuk terwijl een product slechts op twee punten afwijkt. Soms zijn daar tien punten voor nodig. Ga dus niet tellen; neem geen risico en maak niemand na.

10) Ik schakel een bedrijf in om voor mij een website te ontwikkelen, dus krijg ik de IE rechten.
Nogmaals het uitgangspunt is dat de opdrachtnemer het eventuele auteursrecht verkrijgt. Dit is niet het geval bij werkgevers en werknemers: daar verkrijgt de werkgever automatisch het auteursrecht. In principe rust alleen op de broncode van software auteursrecht, die mag niet gekopieerd worden. Maak vooraf dus goede afspraken met freelancers over auteursrecht wanneer je ze inhuurt voor een opdracht..

Esmé van Dijk
esme@sifutrecht.nl